Een trap renoveren is meer dan een paar overzettreden op maat zagen en vastlijmen. Manuel Naaijen werkt al ruim twintig jaar aan trappen en deelt zijn kennis ook met andere vakmensen. Van slim inmeten en trapwangen bekleden tot stalen neuzen, ledverlichting en leer: “Kwaliteit gaat bij ons echt boven snelheid.”
Een verfje, tapijt of een paar trapmatten kunnen een bestaande trap behoorlijk veranderen. Maar wie van traprenovatie een echt specialisme maakt, komt al snel voor ingewikkeldere klussen te staan. Manuel Naaijen weet daar alles van. Hij begon ooit met vloeren, maar kreeg steeds vaker de vraag of hij ook de trap kon meenemen. Inmiddels houdt hij zich al ruim twintig jaar bezig met traprenovatie. Daarnaast deelt hij zijn kennis via video’s, workshops en cursussen voor vakmensen.
Zijn verhaal begon in de jaren negentig, toen hij werkte bij een winkel in badkamers, keukens en vloeren. Vooral de verkoop van vloeren lag hem goed. Toen laminaat sterk in opkomst kwam, zag hij zijn kans om voor zichzelf te beginnen. “De verkoop en het leggen van laminaat hadden enorm veel potentie. In dat gat ben ik gesprongen. Dat ging als een malle.”
Van vloer naar trap
Bij het leggen van vloeren kwam regelmatig dezelfde vraag: kan de trap ook worden aangepakt? Daar zag Naaijen mogelijkheden. Traprenovatie was destijds nog een veel kleinere markt en kennis was minder gemakkelijk beschikbaar dan tegenwoordig. Via contacten kon hij materialen inkopen. Voor de uitvoering huurde hij aanvankelijk een ervaren vakman in. “Fred leerde me het vak.” Wat als uitbreiding op het vloerenwerk begon, groeide uiteindelijk uit tot zijn specialisme.

Kennis niet voor jezelf houden
Opvallend aan Naaijens aanpak is dat hij zijn werkwijze niet geheim probeert te houden. Hij begon al in 2011 met video’s waarin hij laat zien hoe je traprenovaties uitvoert. Later kwamen daar trainingen voor vakmensen bij. In zijn werkplaats staan oefentrappen waarop cursisten verschillende onderdelen van het vak kunnen leren.
Daarbij gaat het niet alleen over zagen en monteren. Ook onderwerpen als inkoop en offertes maken komen aan bod. In de praktijk leren deelnemers onder meer een trap dichtzetten, trapwangen bekleden, treden en stootborden plaatsen en ledverlichting verwerken. Ook het renoveren van een open trap komt aan bod. Na zo’n training ben je volgens Naaijen nog geen ervaren traprenovatiespecialist. “Het is net zoals met rijles: je hebt je rijbewijs, daarna begint het pas.”
Trap inmeten: digitaal is niet altijd beter
Juist bij het inmeten en pasmaken zit veel vakmanschap. Een trap bestaat zelden uit een keurige verzameling identieke treden. Naaijen werkte vroeger onder meer met een trapspin. Dat is een meetgereedschap met verschillende poten waarmee de vorm van een trede kan worden overgenomen. “Oorspronkelijk maakten we gebruik van een trapspin met zes voetjes. Bewerkelijk en gevoelig qua maatvastheid.”
Tegenwoordig maakt hij onder meer mallen van karton. Daarmee wordt de bestaande trap uitgezet. De nieuwe treden en opvullatten worden vervolgens buiten of, bij ingewikkelder werk, in de werkplaats gezaagd. Door de onderdelen te nummeren, kunnen ze daarna op de juiste plek worden gemonteerd.
Digitaal inmeten kan eveneens. Toch kiest Naaijen daar niet automatisch voor. Volgens hem bestaat het risico dat bij digitaal meten extra marge wordt aangehouden, met een bredere kitnaad als gevolg. Bovendien vraagt digitaal produceren om investeringen in meetapparatuur en bijvoorbeeld een CNC-machine. De les voor andere vakmensen: de modernste techniek is niet per definitie voor iedere klus of ieder bedrijf de beste oplossing.
Lastige trap? Daar kun je je onderscheiden
Bij standaardwerk zijn er veel aanbieders. Interessanter wordt het volgens Naaijen wanneer een trap technisch ingewikkelder is. Een voorbeeld zijn overzettreden die voorbij de trapboom komen. Dan kan het nodig zijn om bestaande treden in te zagen. Niet iedere monteur wil of kan dat doen.
Een alternatief is de wangen van de trap meenemen in de renovatie en ook de zijkanten bekleden. Maar ook dat vraagt extra vakkennis en tijd. Juist daar kan een gespecialiseerd klusbedrijf volgens Naaijen het verschil maken. Niet alleen door een oplossing technisch te beheersen, maar ook door die efficiënt en tegen een voor de klant acceptabele prijs uit te voeren.
Meer keuze in materialen
Ook qua uitstraling zijn de mogelijkheden groter geworden. Naast bekende oplossingen met laminaat en vinyl werkt Naaijen onder meer met pvc, hout en leer. Ook stalen trapneuzen, gerenoveerde trapwangen en geïntegreerde ledverlichting kunnen onderdeel van een project zijn.
Dat geeft vakmensen mogelijkheden om zich te onderscheiden van aanbieders die vooral standaardrenovaties uitvoeren. Naaijen ontwikkelde zelf bovendien hulpmiddelen voor het vak, waaronder een zogenoemde wangvork. Ook ontwikkelde hij een stalen trapneus waarop hij patent kreeg.
Het laat zien dat specialiseren verder kan gaan dan een bepaalde klus goed kunnen uitvoeren. Wie dagelijks tegen dezelfde praktische problemen aanloopt, kan ook zoeken naar een slimmere werkwijze of eigen hulpmiddelen.

Traprenovatie in één dag?
Een bekende belofte in de markt is dat een complete trap in één dag kan worden gerenoveerd. Naaijen kijkt daar anders tegenaan. “Je ziet vaak reclame voor traprenovatie in één dag. Dat is een mooie marketingterm die iedereen overneemt. Maar wij trekken standaard gewoon twee dagen uit voor een klus.”
Daar zit volgens hem een bewuste keuze achter: “Kwaliteit gaat bij ons echt boven snelheid.” Dat betekent niet dat iedere trap twee dagen moet kosten. De benodigde tijd hangt vanzelfsprekend af van de trap en de gekozen afwerking. Zijn punt is vooral dat snelheid niet het uitgangspunt moet worden wanneer die ten koste gaat van het eindresultaat.
Interessant specialisme voor klusbedrijven
Voor een allround klusbedrijf kan traprenovatie interessant zijn omdat verschillende vaardigheden samenkomen. Nauwkeurig inmeten, zagen, verlijmen en afwerken zijn belangrijk, maar ook het oplossen van onverwachte situaties hoort erbij. Tegelijk moet een ondernemer niet onderschatten hoeveel ervaring daarvoor nodig is.
Een standaard overzettrede plaatsen is iets anders dan een open trap volledig renoveren, wangen bekleden of verlichting netjes integreren. Wie dit werk als extra dienst wil aanbieden, zal dus moeten investeren in kennis, gereedschap en vooral praktijkervaring. Precies daarin zit volgens Naaijen het verschil tussen een trap simpelweg een ander uiterlijk geven en traprenovatie als vak beheersen.
Zijn eigen loopbaan laat tegelijkertijd een ondernemersles zien die breder is dan alleen trappen. Hij zag vanuit zijn bestaande werk een nieuwe vraag ontstaan, verdiepte zich erin en maakte er vervolgens een specialisme van. Of, zoals hij zichzelf graag omschrijft: een ‘trap-vakidioot’. En misschien is dat voor een vakman uiteindelijk helemaal geen verkeerde titel.
- Dit interview verscheen eerder in KlusVisie Magazine en is voor online publicatie bewerkt.


