dinsdag, 12 maart 2019 08:55

‘Ik mag hopen dat er een opwaardering van het ambacht komt’

Veel partijen in de bouw & verbouw luiden steeds harder de noodklok: het ambacht verdwijnt. Voor de nieuwbouw hoeft dit niet rampzalig uit te pakken. Want steeds vaker zullen complete bouwdelen uit fabriekshallen komen. Het vakmanschap zal zich aanpassen aan de nieuwe productiemethoden. Maar voor de verbouw en restauratie is de gestage afname van vakmanschap wél een bedreiging. Ook de houtbewerkers van de Leidschendamse Timmerfabriek Verhagen denken dat mensen die hun ambacht willen uitvoeren flink zal afnemen. Dus we zijn er nog op tijd bij om hun unieke vakmanschap vast te leggen.

Bert Kneppers en Sjoerd Koolhaas ontvangen het bezoek in de kantine: hun mancave. Een knoert van een Carrera-racebaan met hypermoderne, digitale snufjes valt direct op. Uiteraard helemaal zelf gebouwd. Er wordt minder vaak mee geracet dan de mannen zouden willen. Want ze hebben het beredruk. Met het enige personeelslid Jeroen verwerken ze een gestage stroom opdrachten. Het gaat om enkele stuks die om vakmanschap vragen, aan seriële producties beginnen ze niet. Vakmensen uit de hele regio weten de timmerfabriek te vinden.
Bert trapt het gesprek af: “Ik heb het vak machinaal houtbewerken geleerd in de werkplaats van een aannemerij. Sjoerd kwam er later bij, als leerling-gezel. Ik heb hem de kneepjes van het houtvak geleerd. We maakten onder meer kozijnen die we zelf plaatsten. Om mijn vakmanschap verder te ontwikkelen ben ik bij Timmerfabriek Verhagen gaan werken en werd chef werkplaats. Sjoerd is me later gevolgd.”
Sjoerd: “Hij was niet zo makkelijk van me af. Ik heb vooral als zelfstandig timmerman gewerkt. Toen Bert in 2015 de timmerfabriek overnam, kreeg ik de vraag om mee te doen. Dat leek me een fijne uitdaging, ik heb er geen dag spijt van. Om op je vraag terug te komen: ja, het is heel lastig om aan jonge mensen te komen die dit vak willen leren. Het zal wel met de status van het beroep te maken hebben, met je handen werken heeft nog steeds geen geweldig imago. Ik mag hopen dat er een opwaardering van het ambacht komt. Maar heel positief ben ik daar niet over.”

In 2015 hadden we nog steeds last van de crisis. En dan toch zo’n fabriek overnemen. Dan moet je lef hebben.
Sjoerd: “Wij denken dat er altijd vraag is naar vakmanschap. Wij produceren geen series, daar willen we niet mee concurreren. We kiezen voor kwaliteit en dat kan vooral met het maken van enkele stuks. Denk aan deuren en aan het exact namaken van oude deuren. Je kunt bij ons terecht voor hekwerk, draaikiepramen, daklijsten en specials als gootklossen en gevelornamenten.”
Bert: “Zo hebben we het houtwerk gemaakt voor Kasteel Endegeest in Oegstgeest.”
Sjoerd: “Je hoeft van ons geen kozijnen te verwachten die aan Komo-normen voldoen. Wij gaan een stap verder. Met reden. Want we krijgen vaak genoeg een uitgewaaid Komo-raam in handen. De deuvels zitten nog in de stijl en de rest van het raam ligt op straat. Bij ons komen de deuvels er niet in, we kiezen voor pen-en-gatverbindingen. Als die verbinding is gelijmd, trek je ‘m nooit meer los. Onze klanten willen die kwaliteit.”
Bert: “We gaan voor alles wat niet standaard is. Versleten schuiframen met touwtjes, katrollen en gewichten maken we exact na en voorzien we van dubbel glas en Avri-veren, dat zijn balansveren, een Nederlands product.”

Lees het volledige artikel in KlusVisie 2-2019.

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.

 

 

 

 

 

 

 

 
Copyright © BDUmedia 2015