Een garage stond niet op hun wensenlijstje, maar als de projectleider de eigenaren van een nieuw te bouwen woning op die mogelijkheid wijst, gaan ze gretig akkoord. De berging komt er en daarmee ook een hoop nattigheid.
In een nieuwe wijk op heuvelachtig terrein laten opdrachtgevers een woning bouwen. Met een garage aan het einde van de oprit. Geen ‘must’, maar met drie kleine kinderen en hun motorrijdende vader is wat extra bergruimte toch wel lekker. De bouw verloopt voorspoedig; de geplande opleveringsdatum wordt probleemloos gehaald. Welgeteld één opleveringspunt komt aan het licht: een zijmuur van de garage is vochtig aan de onderkant. “Bouwvocht”, aldus de bouwer. “Geef het een jaar de tijd en de muur is droog.” Na twee jaar is de situatie nog onveranderd. Alles wat je tegen de zijmuur zet, gaat roesten of schimmelen.
De vakman is resoluut. Hij gaat niets doen, aangezien hij geen overeenkomst met de woningeigenaren heeft gesloten. Ook bij de projectleider vangen de opdrachtgevers bot. Volgens hem betreft het een opleverpunt dat ze maar met de aannemer moeten oplossen. Uit het veld geslagen, schakelen de eigenaren hun rechtsbijstandsverzekering in. Dat is het moment waarop Bureau voor Bouwpathologie in beeld komt.
‘Geef het een jaar en de muur is droog’
Aannemer X
Onderzoek
De eigenaren zijn heel blij met hun woning en garage, blijkt uit het gesprek met de bouwpatholoog. Alleen droogt de zijmuur maar niet op. Het is overigens ook meteen het enige gesprek dat hoeft te worden gevoerd: zowel de bouwer als de projectontwikkelaar ziet zich niet als partij in deze zaak.
In de garage constateert de bouwpatholoog dat de onderkant van de zijgevel, degene die tegen de erfgrens staat, aanzienlijk vochtig is. Indicatieve, niet destructieve vochtmetingen bevestigen dit. De gevels van de garage zijn van halfsteens metselwerk, aan de binnenkant versterkt met steunberen. Zeker niet verkeerd, maar ook nooit waterdicht/waterkerend. Halfsteensmuren zijn altijd vochtig, in meer of iets mindere mate. Wat hij hier waarneemt, is echter niet gebruikelijk.
Buiten
Van buitenaf is te zien dat het aangrenzende perceel, vanwege het heuvelachtige terrein, circa 50 cm hoger ligt dan het perceel van de woningeigenaren. Hun woning is de laatste van het blok. Op de erfgrens is een lage keermuur geplaatst. Ter plaatse van de garage is geen keermuur aanwezig; de grondslag ligt tegen de zijmuur aan.
Benieuwd naar de buitenzijde van het metselwerk verwijdert de bouwpatholoog enkele stenen uit het straatwerk tegen de garage. In geen enkele vorm blijkt hier een vochtkerende voorziening te zijn aangebracht. In de muur zijn weliswaar ventilatieroosters geplaatst, maar die zijn verdwenen onder het maaiveld. Ook een waterkering in de lintvoeg net boven het maaiveld ontbreekt. Deze waterkering laat het in de muur opgenomen en zakkend regenwater niet verder zakken dan tot maaiveldhoogte. Daar wordt het naar buiten afgevoerd.
Tekst loopt door onder de foto’s.



Uitvoeringsfout
Er is maar één conclusie: de bouwer heeft verzuimd om een deugdelijke waterkerende voorziening te realiseren in de betreffende zijmuur van de garage. Hij heeft de keermuren geplaatst en de percelen met de huidige hoogte van grondslag opgeleverd. Hoewel de aannemer de uitvoeringsfout heeft gemaakt, moeten de woningeigenaren de projectleider hierop aanspreken. Met hem is destijds een overeenkomst gesloten.
Herstel
Zoals gezegd, een halfsteensmuur laat altijd vocht door. Een normaal bouwkundig verschijnsel, dat vaak wordt beperkt door de muren te verven. Er zit voor de eigenaren dus niets anders op dan een ietwat vochtige muur te accepteren en er geen vochtgevoelige materialen tegen te zetten. Maar zo nat als nu hoeft de muur zeker niet te zijn. De meest voor de hand liggende oplossing bestaat uit het plaatsen van een keermuur met een ‘luchtspouw’ van circa 10 cm breed. Aangezien de muur tegen/op de erfgrens is gebouwd, moeten de buren hiervoor groen licht geven en een stuk van hun tuin opofferen.
Gaan zij niet akkoord, dan moet een bouwkundige oplossing in de zijmuur en onder het maaiveld worden gerealiseerd. Een waterkerende voorziening die bestaat uit een tegen de fundering en het opgaande metselwerk verkleefd bitumen. Dit bitumen moet tot aan de eerste lintvoeg boven het maaiveld lopen. In de lintvoeg moet vervolgens, over de volle breedte van de halfsteensmuur, een waterkerende laag (strook lood of folie) komen. Opgezet aan de binnenzijde van de muur en aan de buitenzijde over het verkleefde bitumen naar beneden gevouwen.
Daarnaast is het raadzaam om de eerste laag stootvoegen boven deze voorziening als open stootvoegen uit te voeren. Zo garandeer je maximale droging van de onderzijde van de muur.


