Langdurig zieke werknemer kan klusbedrijf tonnen kosten

Zieke werknemer

Een werknemer die twee jaar of langer uitvalt, kan een klein bouwbedrijf financieel hard raken. NOA rekent in een praktijkvoorbeeld voor dat de totale kosten kunnen oplopen tot ruim €361.000. Dat bedrag geldt niet voor ieder ziektegeval, maar de onderliggende risico’s zijn voor klusbedrijven met personeel wel degelijk relevant. Wat betaal je als werkgever en wat kun je doen om het risico beheersbaar te houden?

Een klusbedrijf met vijf werknemers mist ineens één vakman. Dat betekent niet alleen dat er twintig procent minder mensen op de bouwplaats staan. Het loon loopt door. Er moet vervanging komen. De arbodienst en re-integratie kosten geld. Misschien moeten klussen worden verplaatst. En als de werknemer uiteindelijk niet terugkeert, kunnen er daarna nog kosten volgen.

Voor grote bedrijven is langdurige uitval vervelend. Voor een klein klusbedrijf kan één langdurig zieke medewerker direct invloed hebben op de planning, omzet en winst. Ondernemersvereniging NOA vraagt daarom aandacht voor de financiële gevolgen van langdurige ziekte.

Hoe komt NOA aan €361.156?

NOA komt met een opvallend bedrag: één langdurig zieke werknemer kan een werkgever in een praktijkvoorbeeld uiteindelijk €361.156 kosten.

Dat bedrag verdient enige uitleg.

Het is geen gemiddeld bedrag voor een zieke werknemer in Nederland. Het gaat om een berekening die Ramon Jager, eigenaar van een stukadoorsbedrijf, voor NOA maakte op basis van een specifieke praktijksituatie.

Volgens die casus kosten twee jaar ziekte en re-integratie al ruim €100.000. Vervolgens rekent NOA met een transitievergoeding van bijna €55.000. Inclusief vervanging en het effect van hogere werkgeverspremies loopt het totaal in de berekening op tot €361.156.

De precieze kosten kunnen in een ander klusbedrijf veel lager of hoger uitvallen. Salaris, leeftijd en diensttijd van de werknemer, verzekeringen, vervangingskosten, bedrijfsgrootte en de uiteindelijke arbeidsongeschiktheid spelen allemaal mee.

De boodschap achter het bedrag is daardoor interessanter dan het bedrag zelf: de financiële gevolgen van langdurige ziekte kunnen veel langer doorlopen dan de eerste weken ziekte.

Twee jaar loon doorbetalen

Voor werkgevers begint het risico bij de loondoorbetaling. Bij een werknemer met een vast dienstverband moet een werkgever bij ziekte maximaal 104 weken loon doorbetalen. Werkgever en werknemer hebben in die periode bovendien verplichtingen rond re-integratie.

Het UWV bevestigt dat een werkgever maximaal twee jaar loon doorbetaalt. Als de re-integratie-inspanningen onvoldoende zijn geweest, kan daar onder voorwaarden zelfs een verlenging bovenop komen. Voor een klusbedrijf betekent ziekte daarom meer dan het salaris van iemand die tijdelijk niet kan werken. Het werk moet immers ook worden uitgevoerd.

Eén zieke vakman, twee kostenposten

Daar zit bij kleine bouwbedrijven een belangrijk praktisch probleem. Stel dat een ervaren timmerman maanden uitvalt. Zijn loon loopt door, maar de aanbouw, badkamer of renovatie waarvoor hij was ingepland moet nog steeds worden gemaakt. De ondernemer heeft dan grofweg drie mogelijkheden. Hij kan het werk zelf overnemen. Hij kan een andere medewerker inzetten. Of hij kan tijdelijk iemand inhuren. Alle drie kosten geld.

Bij zelf invallen blijft minder tijd over voor calculeren, klanten bezoeken en het aansturen van andere klussen. Een andere medewerker verplaatsen kan een volgend project vertragen. En een zzp’er of tijdelijke kracht inhuren betekent extra kosten. Daardoor kan langdurige ziekte dubbel drukken: je betaalt voor de uitgevallen werknemer én voor de capaciteit die nodig is om het werk toch af te krijgen.

Re-integratie hoort er ook bij

Tijdens de ziekteperiode moeten werkgever en werknemer werken aan terugkeer naar werk. Daarbij zijn onder andere de bedrijfsarts of arbodienst betrokken. De werkgever moet het proces volgen en vastleggen. Dat is niet alleen een kostenpost. Het vraagt ook tijd van de ondernemer.

Voor een eigenaar van een klusbedrijf met drie of vier werknemers kan dat relatief zwaar wegen. In een groot bedrijf zitten vaak HR-medewerkers die zulke dossiers begeleiden. In een klein bouwbedrijf doet de eigenaar het meestal naast offertes, planning, inkoop en klantcontact. Juist daarom is het belangrijk om bij langdurige ziekte niet te improviseren.

En na twee jaar?

Na twee jaar ziekte kan onder voorwaarden ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid aan de orde zijn. Daarbij kan de werknemer recht hebben op een transitievergoeding. Op dit moment kunnen werkgevers onder voorwaarden bij UWV compensatie aanvragen voor een betaalde transitievergoeding na ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Maar juist rond die regeling is veel in beweging.

Kabinet wil compensatie vanaf 2027 schrappen

Eerdere plannen gingen ervan uit dat de compensatie alleen voor grotere werkgevers zou verdwijnen en voor kleine werkgevers zou blijven bestaan. Dat plan is inmiddels achterhaald. Het kabinet maakte op 29 mei 2026 bekend dat het de compensatieregeling vanaf 1 januari 2027 voor alle werkgevers wil afschaffen. Dus ook voor kleine werkgevers.

Dat is voor klusbedrijven belangrijk nieuws. Maar het is nog geen definitief geldende regel. De Rijksoverheid vermeldt momenteel expliciet dat de Tweede Kamer nog over de afschaffing moet beslissen.

Een ondernemer moet daarom onderscheid maken tussen wat nu geldt en wat het kabinet wil veranderen. Op dit moment bestaat de compensatiemogelijkheid nog. Voor toekomstige gevallen kan dat veranderen.

Waarom maakt NOA zich zorgen?

NOA vindt dat de discussie niet alleen over de transitievergoeding moet gaan. Volgens de ondernemersvereniging moet worden gekeken naar de totale stapeling van lasten bij langdurige ziekte. Daarbij noemt NOA loondoorbetaling, arbodienstverlening, re-integratie, vervanging, de transitievergoeding en mogelijke gevolgen voor werkgeverspremies. NOA wil ook de loondoorbetaling in het tweede ziektejaar opnieuw ter discussie stellen.

De brancheorganisatie vindt dat het risico in dat tweede jaar niet volledig bij de individuele werkgever zou moeten liggen. Voor klusbedrijven is die discussie interessant. Veel bedrijven in renovatie, afbouw en onderhoud zijn klein. Eén langdurige uitvaller vormt daar een veel groter deel van de totale capaciteit dan bij een onderneming met honderd werknemers.

Stijgt je WGA-premie altijd na langdurige ziekte?

Nee. Ook hier is nuance nodig. Werkgevers betalen een gedifferentieerde premie voor de Werkhervattingskas. Daarmee worden onder meer WGA-uitkeringen gefinancierd. Hoe die premie wordt bepaald, hangt volgens UWV onder andere af van het arbeidsongeschiktheidsrisico, de grootte van de werkgever en de sector. De financiële gevolgen van één WGA-instroom zijn daardoor niet voor iedere werkgever gelijk.

Een kleine klusondernemer moet dus niet automatisch aannemen dat één zieke werknemer jarenlang precies hetzelfde premie-effect veroorzaakt als in de NOA-casus. Laat bij een concreet geval uitrekenen wat de gevolgen voor jouw bedrijf zijn.

Kun je je verzekeren tegen loondoorbetaling?

Ja. Een werkgever kan het financiële risico van loondoorbetaling bij ziekte verzekeren. Of dat verstandig is, hangt af van het bedrijf. Een klusbedrijf met één werknemer heeft een ander risicoprofiel dan een bedrijf met vijftien mensen. Kijk daarom niet alleen naar de premie van een verzuimverzekering.

Vraag vooral: Wat gebeurt er financieel met mijn bedrijf als morgen mijn duurste of belangrijkste medewerker twee jaar uitvalt? Kun je het loon blijven betalen? Kun je tegelijkertijd vervanging betalen? Hoeveel buffer heb je? Welke kosten zijn verzekerd? En welke kosten blijven bij jou liggen?

Dat zijn voor een kleine werkgever belangrijkere vragen dan alleen: wat kost de verzekering per maand?

Preventie begint op de bouwplaats

Risicomanagement begint bovendien niet pas wanneer iemand zich ziek meldt. Voor een klusbedrijf is preventie extra belangrijk. Het werk is lichamelijk zwaar. Tillen, stof, lawaai, repeterende bewegingen en werken in lastige houdingen horen bij veel klussen. Goed gereedschap en hulpmiddelen zijn daarom niet alleen prettig voor de vakman. Ze kunnen ook onderdeel zijn van goed werkgeverschap. Denk aan tilhulpmiddelen, stofafzuiging, goed onderhouden machines en slimmer organiseren van zwaar werk.

Maar kijk verder dan alleen lichamelijke belasting. Ook werkdruk, lange werkdagen en voortdurend achter de planning aanlopen kunnen een rol spelen bij verzuim. Preventie kost geld. Langdurige uitval meestal veel meer.

Wat kun je als klusbedrijf nu doen?

Voor een ondernemer met personeel zijn vijf stappen verstandig.

1. Breng het echte financiële risico in kaart.
Reken eens uit wat twee jaar loondoorbetaling van je belangrijkste medewerker betekent. Tel daarbij mogelijke vervanging en andere kosten op.

2. Controleer je verzuimverzekering.
Kijk niet alleen óf je verzekerd bent. Controleer wachttijd, dekking, maximale vergoeding en ondersteuning bij re-integratie.

3. Zorg dat je verzuimproces klopt.
Weet wie je moet bellen, welke stappen wanneer nodig zijn en wie het dossier begeleidt. Een arbodienst of adviseur kan daarbij helpen.

4. Investeer in preventie.
Goed gereedschap, hulpmiddelen, veilige werkwijzen en aandacht voor fysieke belasting zijn ook bedrijfseconomische maatregelen.

5. Volg de regels rond de transitievergoeding.
De compensatieregeling bestaat nu nog, maar het kabinet wil deze vanaf 2027 afschaffen. Laat bij een langdurig ziektegeval altijd controleren welke regels op dat moment gelden.

Moet je dan maar geen personeel aannemen?

Dat zou een verkeerde conclusie zijn. Met personeel kan een klusbedrijf groeien. Je kunt grotere opdrachten aannemen, werkzaamheden verdelen en minder afhankelijk worden van de uren die je zelf kunt maken.

Maar personeel betekent ook werkgeversrisico. Vakantie, pensioen, scholing, veiligheid en ziekte horen bij het werkgeverschap. Een ondernemer moet die risico’s niet negeren, maar vooraf organiseren.

De NOA-casus van ruim €361.000 laat vooral zien hoe groot de financiële gevolgen kunnen worden als meerdere kosten bij elkaar komen. Niet ieder langdurig ziektegeval kost drie ton. Maar bij een klein klusbedrijf kan één langdurig uitgevallen vakman wel degelijk een serieus bedrijfsrisico vormen.

Daarom is de beste vraag niet: “Kan ik dit voorkomen?” De betere vraag is: “Kan mijn bedrijf het opvangen als het gebeurt?” Wie daar vandaag een goed antwoord op heeft, staat morgen een stuk sterker.

Redactie KlusVisie

Redactie KlusVisie is een team van bevlogen redacteuren, dat dagelijks werkt aan relevant nieuws voor bouwprofessionals in het algemeen en eigenaren van klusbedrijven en kleine aannemers in het bijzonder.

Bekijk alle berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.